B.E.S.T.-therapie of Bio-Elektrische Stimulatie Therapie
Het is al langer onderzocht en bekend dat het lichaam haar eigen bio-elektrische systemen gebruikt om essentiële lichaamsfuncties uit te voeren.
Tijdens elektrofysiologische evaluatieprocedures worden deze elektro-chemische signalen geregistreerd.
Zo meet men bijvoorbeeld de bio-elektrische activiteit van:
- het hart met een elektrocardiogram (E.C.G.);
- de hersenen met een elektroëncephalogram (E.E.G.);
- de skeletspieren met een elektromyogram (E.M.G.);
- de retina of het oognetvlies met een elektroretinogram (E.R.G.).
In de huidige geneeskunde worden in verschillende disiplines “elektriciteit” gebruikt om ziekten of blessures te behandelen. Voorbeelden van moderne klinische applicaties van “elektrotherapie” zijn:
- elektroanalgesie voor de controle van chronische pijn;
- pacemakers voor regulatie van het hartritme;
- cochleaire stimulatie om de hoorfunctie te verbeteren;
- spierstimulatie.
B.E.S.T.-therapie is een heel specifieke vorm van elektrotherapie, waarbij het lichaam uiterst kleine stroompulsen, ook wel microstromen genoemd, toegediend krijgt.
Deze microstromen zijn kleiner dan 1 milliAmpere, dit is 100 maal minder intens dan een TENS-apparaat (Trans Epidermische Neuro Stimulatie).
De stroomtherapie imiteert wat er binnen in onze eigen cellen gebeurt en herstelt als dusdanig het fysiologische evenwicht. Dit zijn enkele van de relevante, in de literatuur beschreven fysiologische effecten:
- een verhoging van ATP (AdenosineTriPhosfaat), de energiemolecule die bij alle celactiviteiten wordt gebruikt (zoals bij het samentrekken van een spier). ATP is eigenlijk de energiebron of brandstof die alle lichaamscellen gebruiken voor het uitvoeren van hun normale functies.
Onafhankelijke studies toonden aan dat de B.E.S.T. therapie de ATP-productie verhoogt tot 500%. Suikers, vetten en eiwitten worden niet als dusdanig gebruikt als energiebron voor het lichaam maar worden omgezet in ATP, een vorm die het lichaam gebruikt als energie bij alle cellulaire processen;
- verhoogd transmembraantransport, zoals voor:
- aminozuren, de voorlopers van belangrijke biomoleculen zoals vitamines, purines, pyrimidines, en hormonen, en bouwstenen van alle eiwitten;
- proline, een voorloper van hydroxyproline, (die wordt gebruikt bij de productie van collageen, het bindende weefsel in onder meer pezen en ligamenten);
- calcium, door middel van het openen van voltage-gevoelige calciumkanalen in membranen. Eén van de effecten van deze verhoging in Ca++ is een verhoging van het aantal insulinereceptoren die nodig zijn voor zowel eiwitten- als DNAsynthese;
- stimulatie van de fibroblasten, dit zijn de cellen die in een primair stadium een belangrijke rol spelen bij het herstel van weefselschade (zoals bij sportblessures);
- een vermindering van inflammatoire cytokines zoals van IFN-gamma, TNF, IL-6 (deze veroorzaakt koorts bijvoorbeeld). Deze moleculen spelen een belangrijke rol in het onderhouden van een (soms overdreven) ontstekingsreactie (zoals bij reuma, arthritis en sportblessures);
- aantrekken van witte bloedcellen, deze vormen een belangrijke component van het immuunsysteem (ons afweersysteem is onder meer nodig bij een ontsteking of een infectie);
- stimulatie van cellulaire migratie, zoals van keratinocyten of huidcellen (belangrijk bij wondgenezing).